Nadat Nathaniël met zijn djinn Bartimaeus heeft voorkomen dat Schooneheere de macht overnam, en het amulet van Samarkand terug heeft gegeven aan de regering, zijn twee jaar verstreken. Nathaniël -- Johan Mandragora, als tovenaar -- is assistent van het Hoofd Interne Zaken bij het Ministerie van Veiligheid. Hij geniet van de macht en wordt steeds ambitieuzer. Hij heeft de hoofdpijnportefeuille van de bestrijding van het Verzet toegeschoven gekregen, en als er vreemde aanslagen plaatsvinden in Londen, wordt dat al gauw zijn verantwoordelijkheid. Maar Nathaniël is er niet van overtuigd dat het Verzet achter de vernielingen zit. Hij roept Bartimaeus weer op en die ontdekt dat de dader een golem is. Iemand heeft het oog van de golem dat in het bezit was van Schooneheere gestolen, en een golem weten te bezielen. Die kennis werd als verloren beschouws, maar iemand in Praag heeft er kennelijk nog beschikking over en heeft die kennis ten dienste gesteld van een Engelse tovenaar. Ondertussen zit het Verzet ook niet stil -- zij hebben niets met de golem te maken, ze gaan de magische voorwerpen uit het graf van Gladstone stelen. Degene die hun over die voorwerpen heeft geïnformeerd blijkt echter een achterliggend motief te hebben en door dit verraad komen bijna alle leden van het kleine Verzetsgroepje om. Alleen Katja weet te onstnappen. Nathaniël moet haar vinden, om zijn positie in de politiek te behouden. Bartimaeus is ervan overtuigd dat iemand achter de schermen aan de touwtjes trekt, zowel bij het Verzet als bij de tovenaar met de golem, en dat die onbekende persoon weinig goeds in de zin heeft. Maar Nathaniël is te verblind door ambitie om te luisteren.
[Bartimaeus] Ik maakte een instemmend geluidje, maar zei niets. Het feit dat Katja nog leefde was slechts een detail. Het was de moeite van het vermelden niet waard. Hetzelfde gold voor het feit dat ze me heel wat had verteld over de inbraak in de abdijkerk, en over ene meneer Hopjes die er op de een of andere manier bij betrokken was geweest. Het was niet aan mij om dat aan Nathaniël te vertellen. Ik was slechts een nederige dienaar. Ik deed gewoon wat me werd opgedragen. En trouwens, hij verdiende het niet.
'Jij bent een tijdje alleen met haar geweest,' zei hij opeens. 'Heeft ze veel tegen je gezegd?' Hij wierp me een snelle blik toe maar wendde zich toen af.
'Nee.'
'Te bang, zeker.'
'Integendeel. Te hooghartig.'
Hij gromde. 'Jammer dat ze zo koppig was. Ze had zo haar... bewonderenswaardige kanten.'
'O, dus dat was je wel opgevallen? Ik dacht dat je het te druk had met terugkomen op je belofte aan haar om daar op te letten.'
Zijn wangen werden rood. 'Ik had weinig keus, Bartimaeus--'
'Kom bij mij niet aan met die onzin over keuzes,' snauwde ik. 'Zíj had ervoor kunnen kiezen om je te laten sterven.'
Hij stampvoette. 'Ik laat me door jou niet de les lezen over mijn daden--'
'Het gaat me niet om je daden. Ik heb vooral bezwaar tegen je principes.'
'En al helemaal niet over mijn principes! Jíj bent hier de demon, weet je nog? Wat kan het jou nu schelen?'
'Het kan me ook niet schelen!' Ik stond met mijn handen op mijn heupen, maar sloeg toen mijn armen over elkaar. 'Het kan me helemaal niets schelen. Het is niet míjn probleem dat een nederige, doodgewone burger integerder was dan jij ooit zult zijn. Je doet maar wat je zelf wilt.'
Nathaniël is als 'meeleefpersonage' in dit boek bijna te onsympatiek. Gelukkig wordt er nu ook verteld vanuit het perspectief van Katja. Ik ga ervan uit, dat Nathaniël in het laatste boek -- De poort van Ptolemaeus -- tot inkeer zal komen om samen met Katja (en Bartimaeus) te strijden tegen die geheimzinnig tovenaar achter de schermen. Het kan even duren eer ik daar achter kom, want het lijkt erop dat het derde deel nooit in het Nederlands is verschenen door tussentijdse overname van de uitgeverij. De OBA heeft in elk geval noch de Nederlandse noch de Engelse versie van het laatste deel in de catalogus staan.
fantasy